Bananen
Bananen geven vanwege hun enorme bladeren direct een associatie met de tropen. Het is een kruidachtig gewas die een schijnstam (pseudo-stam) vormt. Vele bananen kunnen in principe zomers bij ons prima groeien maar de problemen ontstaan vaak in de winter. In het algemeen houden bananen van veel vocht, warmte en veel mest. Hoe meer mest en vocht hoe harder ze groeien. De bovengrondse delen van bananen sterven s’winters in principe af. Er wordt veel geëxperimenteerd met diverse soorten bananen in ons klimaat maar ik zal me hieronder beperken tot de soorten waarmee ik ervaring heb.
Musa basjoo (China)
De enige echt winterharde banaan is de Musa basjoo, een mooi groen soort die gemakkelijk zijscheuten aanmaakt. Zelf heb ik tot nu toe altijd in het
najaar de stammen vlak boven de grond afgezaagd en voor de
zekerheid heb ik de restanten een beetje afgedekt ter bescherming. Omdat de plant zo
gemakkelijke nieuwe zijscheuten vormt zal deze in het voorjaar weer gaan uitlopen met meestal meerdere stammen. De stammen moeten nu dus vanaf de
grond helemaal opnieuw groeien maar dit kan erg hard gaan. Elk jaar zullen de stammen sneller groeien en grotere afmetingen krijgen. In onze oude
tuin hadden we op deze manier een banaan voor 4 jaar en in het laatste jaar kreeg de plant in de zomermaanden een hoofdstam van ongeveer 12-15 cm
diameter. Een andere manier om de plant te over winteren is om bijvoorbeeld 1 stam van alle bladeren te ontdoen en deze vervolgens op ongeveer 1
meter boven de grond af te zagen. De resterende stam wordt vervolgens heel dik ingepakt met gaas en stro en de bovenkant wordt afgedekt. Met een
beetje geluk blijft de stam op deze manier vorstvrij en loopt deze in het voorjaar weer uit. Als dit 3 winters achtereen lukt met dezelfde stam
kan deze zelfs gaan bloeien. Hiervoor moet de stam namelijk minimaal 60 bladeren hebben aangemaakt en blijkbaar duurt dit bij ons zo’n 3 jaar.
Het overhouden op deze manier levert uiteindelijk een plant op die wel 5 tot 6 meter hoog kan worden. Uiteindelijk kan de plant een behoorlijk
oppervlak in beslag nemen maar de plant is gemakkelijk te delen. Tot slot is het nog mogelijk de plant uit te graven en onder koele en droge
condities, eventueel zonder blad, binnen te overwinteren.
Musa sikkimensis (manipur) (Himalaya-India)
Na de M. basjoo is de M. sikkimensis het meest winterhard. Echter, omdat
deze soort veel minder makkelijk zijscheuten aanmaakt is de beste
overwinteringsmethode
het inpakken van de stam. Uiteraard kan de plant ook weer binnen overwinterd worden. De variant “manipur” is erg mooi met
vlammend rode vlekken op het blad. Midden in de zomer heeft de plant vaak de neiging om de bladeren naar beneden dicht te vouwen, ik vermoed om
verdamping te beperken aangezien dit niet gebeurd als het in het najaar wat koeler wordt buiten. Dit kan een indicatie zijn dat de plant minder
warmte verlangt of het wellicht beter doet in de (half)schaduw (die van mij staat in de volle zon). Het blad is wat steviger dan die van de basjoo
en daardoor kan de sikkimensis ook iets beter tegen wind.
Musa velutina (pink) (India)
Deze, van oorsprong uit India komende bananensoort, is erg interessant voor de exotische tuinder in Nederland. De Musa velutina is klein blijvend,
tot maximaal ongeveer 1.5 meter hoog. Door zijn relatief kleine afmetingen is de velutina erg goed als kuipplant te houden maar ook (zomers) in de
volle grond doen ze het erg goed. Bij de juiste verzorging worden er makkelijk vele scheuten gevormd en kan er snel bloei plaatsvinden (soms binnen
een jaar). Na de bloei verschijnen er knalrose minibanaantjes. In principe zijn deze eetbaar maar door de grote hoeveelheden zaden is er moeilijk
door te komen. Net als alle andere bananen verlangt de velutina veel water en voedingsstoffen en heeft hij het liefst een standplaats in de zon of
eventueel halfschaduw. Over de winterhardheid is veel onduidelijkheid. Sommigen hebben de stammen met de juiste bescherming met succes weten over te
houden in de volle grond tot een temperatuur van -10°C maar anderen hebben hiermee weer minder succes. Voor de pionier dus leuk om uit te proberen.
Anders op een koele plaats, droog overwinteren. Al met al een zeer leuke soort voor op het terras als kuipplant of meer als jungleplant in de volle grond.
Ensete ventricusom “Maurelli” (Hoogvlakten van Ethiopië)
Dit is een schitterende banaan met
enorme dieprode bladeren afkomstig uit Ethiopië. Onder de juiste omstandigheden kan een hoogte bereikt worden
van 4-6 meter. De plant heeft een enorme groeikracht die met name in de volle grond van zich laat spreken. Winterhard zijn ze niet, dus koel en
droog overwinteren is de beste optie. Een exemplaar die in de volle grond staat kan het beste ontdaan worden van alle bladeren en vervolgens met
een hele kleine wortelkluit op een koele plaats overwinterd worden. In het algemeen maakt de E. ventricosum geen of nauwelijks zijscheuten aan.
Ensete glaucum (o.a. Nepal en China)
De Ensete glaucum heeft een opvallende grijze gloed, die met name de pseudo-stam bedekt. Hij is onder andere afkomstig uit de berggebieden van
China en komt daar tot behoorlijk hoogte voor. Daardoor is de E. glaucum redelijk winterhard maar de combinatie van vorst ten vocht kan zeker
funest zijn. Ook hier sterft de pseudo-stam in principe weer af maar als alles meezit zou de plant in het voorjaar weer gaan uitlopen. Uitgraven
en binnen overwinteren is waarschijnlijk weer de beste optie. De E. glaucum kan met een hoogte van 7.5 meter een imposante verschijning vormen.
Ook deze Ensete vormt meestal een enkele stam.
Musella lasiocarpa (berggebieden van Tibet)
De Musella lasiocarpa uit de berggebieden van Tibet waar hij voorkomt tot een hoogte van 2500 meter. Het is een klein blijvende soort met een
maximale hoogte van 1.5 meter die al gauw een
cluster van stammetjes vormt. Na enkele jaren komt er een dikke bloemstengel uit de grond waaruit
een grote, gele, lotus achtige bloem komt die het enkele maanden vol kan houden. Veel insecten zijn dol op de nectar van de M. lasiocarpa. Door
zijn bijzondere uiterlijk is dit een aanwinst voor elke exotisch tuin. De winterhard is in principe redelijk. Bovengronds zal weer afsterven
maar het wortelgestel blijft normaliter intact zodat in het voorjaar de nieuwe uitlopers weer komen. Zekerder is het natuurlijk weer om binnen
te overwinteren en waarschijnlijk is dit ook bevorderlijk voor de bloei.


